Wol & Vilt

Vilt: Het schaap is waarschijnlijk het oudste huisdier dat de mens kent. Al in de oudheid (vermoedelijk vanaf 6000 jr. v. Chr.) leverde het schaap de mens kleding, vlees en melk. Merinowol komt van – hoe kan het ook anders – het Merinoschaap, één van de bekendste schapenrassen ter wereld. De meeste Merino schapen wonen in Australië. Door zijn vele huidplooien produceert een Merinoschaap wel 5 kilo wol per jaar. De wolmerino blinkt niet alleen uit in de hoge wolproductie, maar ook in de bijzondere kwaliteit van die wol. Per vierkante centimeter groeien bij een Merino tien keer zoveel haartjes als bij een gemiddeld ander schaap. De wol heeft een zeer fijne structuur en is daarom zeer geschikt voor tal van toepassingen. Bijvoorbeeld vilten!

Water, zeep en beweging veranderen wol in vilt. Water is nodig voor het vilten van de wol.  Zeep versnelt het viltproces. Savon de Marseille, met haar 72% olijfolie is onze favoriete viltzeep. Beweging; Tijdens het vilten hechten de wolvezels zich aan elkaar vast. Maar vooral ook aan de zijde. Wol krimpt tijdens het vilten, de wolvezels verbinden zich met de transparante zijde en geven een verrassend effect in het eindresultaat. Zijde en wol zijn écht ideale partners! De stoerheid van wol, de soepelheid, glans en luxe van zijde. Organza, chiffon, georgette en zelfs bourette zijn fantastische stoffen om op te vilten. Echter heb je niet genoeg aan alleen een zijde-component. Er moet altijd wol bij, in de vorm van losse vezels of naaldvilt.

Op het rek zie je voorbeelden van stoffen die verbonden zijn door vilten en / of stikken. Ook zie je een prachtig voorbeeld van een gehaakte zijde. En een grappig voorbeeld van hoe je zelf kunt breien met zijde. Het paarse jurkje zijn stroken van pongee zijde, welke aan elkaar zijn gestikt en gebreid. Het jurkje is met de hand geverfd.

Onderaan zie je een plaid liggen van lontwol, gebreid middels de populaire XXL brei techniek. Het materiaal dat je gebruikt is lontwol. Dit zijn vezels van wol in één richting gekamd, in de vorm van een lang lont. Daarom hoor je ook de term “kamband” vaak. Naast dat je met deze wol kunt breien, is het is wol welke ook geschikt is voor vilten. Ieder schapenras geeft zijn eigen wolvezel. De wolvezels die wij gebruiken voor het armbreien zijn veelal van het Merino schaap. Met het lontwol kun je ook een wandhanger weven of knopen (macramé). Er hangt een voorbeeld aan de wand.

Vilt en zijde, mixed media. De drie wijze wijven uit het Oosten door kunstenares Nora van Klingeren. Aangekocht door ZIJDAR. Nora maakt o.a. wandkleden of wandtextiel van vervilte wol en handgeschilderde en gezeefdrukte zijde. Daarnaast maakt ze zijden sjaals. Alles is handwerk en alle werken zijn dan ook unica.

Nora: Ik zoek in mijn werk graag naar combinaties van technieken. Het vervilten van wol in combinatie met zijde geeft structuur en diepte aan de kleden.In feite kan alles voor mij een inspiratiebron zijn, van steden tot landen,  van natuur en seizoenen tot mensen en verbindingen.

In dit wandpaneel zie je losse wollen vezels, naaldvilt, zijde-viscose stoffen, pongee zijde, chiffon zijde, al dan niet aangeverfd, in combinatie zeefdrukverf. Nora is sinds 1982 al klant van ZIJDAR en wij grappen wel eens dat hij haar hofleverancier zijn. Nora haar werk hangt bij mensen thuis, als ook in musea, gemeentehuizen, rechtbanken en bedrijfsleven. Wat sterk aan haar panelen is, is dat de textiele wandbekleding zorgt voor verbetering van de akoestiek in de ruimte. Bij grote gemeentezalen, hoge muren van de rechtbank en enorme vergaderzalen en lobby’s in bedrijven een absolute pre.

Links: “Geduld in 3D”Sarah Ruijter, gevilte wol vezels en zijden vezels op naaldvilt, 55 x 55 cm, 2011. Het paneel is gemaakt door mijzelf, onder leiding van Daphne Brasser. Zij is vilt kunstenaar en vilt docent. Het was het allereerste project wat ik zelf maakte van textiel. Een aantal jaar voor de overname van ZIJDAR. Het is mij daarom dierbaar, het was mijn eerste echte tactiele ervaring en connectie met ZIJDAR.

Rechts: Wandhanger geweven met lontwol. Naast het spinnen, vilten en breien met lontwol kun je ook weven met wol. Op een houten frame span je draden in een raster. De lontwol weef je door de draden heen. Je kunt werken in 1 kleur of meerdere kleuren combineren. Een variatie op het weven van een wandhanger van lontwol is het toepassen van de macramé techniek.

Lontwol is sinds 2017 enorm populair in interieur toepassingen; van woondeken tot viltpanelen, van een wandhanger tot kussens. Het toepassen van textiel in interieur is belangrijk voor de akoestiek. We hebben jarenlang textiel vrijwel geëlimineerd. Tapijt op de vloer werd hout, gordijnen werden shutters, een tafellaken werden placemats, en een stoffen lamp een snoer met een enkel een fitting. Allemaal super hip en minimalistisch, maar textiel zorgt naast warmte ook voor demping van geluid. Het absorbeert het geluid eigenlijk letterlijk.

In restaurants zie (voel) je vaak daarom speciale demping onder de tafels in de vorm van schuimmatten. Ook worden er akoestische panelen aan de wand of in plafond geplaatst. Wat ons betreft gaan we gewoon terug naar de gordijnen, vloerkleden en wandhangers, kortom TEXTIEL in je huis!

Achter de lijsten hangt een project van Ria van Els – Dubelaar met een combinatie van vilten, stikken en zijdeschilderen. Hierbij zie je alle technieken samen komen.

Op de kast liggen verschillende zijde-wol combinaties. Er ligt een hand kaarder van Louët. Louët producten zijn wereldwijd bekend om hun goede kwaliteit, doelmatigheid en originele ontwerp voor spinnen, weven en kaarden. Louët handkaarden zijn gemaakt van een zeer lichte en sterke houtsoort, waarvan bijvoorbeeld ook pianotoetsen gemaakt worden. Ze hebben een bolling en afgeronde handgrepen, waardoor ze ergonomisch in gebruik zijn. Het kaardbeslag dat Louët gebruikt is gemaakt van verzinkt staaldraad op een rubberen ondergrond. De hoge kwaliteit garandeert een lange levensduur. Ze zijn geschikt voor het kaarden van katoen en andere fijne vezels, zoals angora, zijde en kasjmier.

Je ziet ook vaak zijde-wol vilt dekens als alternatief voor een begrafeniskist. Het idee dat je wordt geboren en in een deken wordt gewikkeld, geeft vaak een prettige gedachte bij het inwikkelen in een deken wanneer je of je dierbare overlijdt. In 2012 hebben wij ook een student begeleidt, zij maakte baardoeken van zijde, onder de naam “draagbaar”.

Lijkwade informatie – Nora van Klingeren. Elk mens is uniek, elk afscheid is uniek. Een wade of deken van vilt en zijde is net een kunstwerk, net als het leven.

Voor wie het interessant vindt, over wol.

Productie: De productie van wol vindt plaats in een groot aantal stappen. Hieronder wordt het houden en fokken van schapen daarbij nog buiten beschouwing gelaten. Diersoorten die haarvezels en wol leveren zijn:

  • Schaap, gedomesticeerd vee dat gehouden wordt om vlees, melk en wol.
  • Angorakonijn: de angorawol is bijzonder zacht en heel licht. Om hem sterker te maken wordt angorawol vermengd met schapenwol of andere vezels.
  • Geit: Kasjmierwol komt van de Kasjmirgeit, die voorkomt in India, Pakistan en China. Deze dieren leven in het wild in onherbergzame gebieden. De wol wordt gewonnen door met de hand 100 tot 200 gram uit de ondervacht van de buik te kammen en wordt ook wel ‘pashmina’ genoemd
  • Angorageit: de wol van deze geit wordt Mohair genoemd
  • Kameel, licht of donkerbruin haar dat wel wordt gebruikt in jassen en blazers
  • Alpaca, een kameelachtige, verwant aan de lama, leeft in de Andes in Zuid-Amerika.
  • Vicuña, een kameelachtige, verwant aan de lama, leeft in de Andes in Zuid-Amerika.
  • Paard, bruin, zwart en wit van staart en manen dat wordt gebruikt voor stoelbekleding, ’tussenlinnen’ voor revers van kleding.
  • Jak (uit Centraal-Azië), voor tapijt en tussenlinnen.
  • Wolvarken, oorspronkelijk uit Hongarije, een varken met een stugge vacht die lijkt op wol, maar de wol wordt niet voor textiel gebruikt.

Reinigen:

Geschoren wol van een merinoschaap; de wol die van een schaap afkomt is vervuild met vet, zweet, gras en andere plantaardige resten. Door de wol te wassen wordt het vuil verwijderd. Voor het spinnen is het nuttig als de wol nog enigszins vet is. Van nature bevat wol lanoline. Lanoline wordt als bijproduct van de wolproductie verkocht en als grondstof onder andere in cosmetica gebruikt.

Spinnen:

Voor het spinnen wordt de wol gekaard. Daarbij worden de vezels ontward. Met het kaarden verdwijnen ook de laatste restanten vuil. Na het kaarden kan er direct gesponnen worden. Voor een fijner resultaat moet de wol eerst nog gekamd worden. Om een betere regelmatigheid in het uiteindelijke garen te krijgen, dienen ook diverse rek- en doubleerpassages toegepast te worden, waarbij de lont steeds regelmatiger en dunner wordt.

Tijdens het spinnen wordt de wol in elkaar gedraaid. Hierdoor worden de vezels met elkaar verbonden en wordt de draad sterker. Het aantal draaiingen waarmee het garen gesponnen wordt, noemt men de hoeveelheid twist. Door te spinnen ontstaat een enkele draad. Hoe fijner de wolvezel, des te dunner kan de draad gesponnen worden.

Noppen:

Het verwijderen van oneffenheden in de gesponnen draad in de vorm van knoopjes en losse uiteindjes noemt men noppen.

Twijnen:

De enkele draad die na het spinnen is ontstaan, wordt met één of meer andere draden in elkaar gedraaid, waardoor een dikker en/of steviger resultaat ontstaat. Dit in elkaar draaien van meerdere draden heet twijnen en gebeurt meestal in de tegengestelde draairichting van het spinnen om het volume en de sterkte te verbeteren. Hierdoor wordt ook voorkomen dat de draden overtwist worden en de extra sterkte door het twijnen weer verliezen. Hierna kan de wol verder worden verwerkt, bijvoorbeeld in tapijt. Dan wel geverfd of gevilt worden.