Weven & Breien

Weven is het vervlechten van horizontale en verticale groepen draden tot textiel. Het is een zeer oude techniek waarop heel veel varianten bestaan. De draden waarmee textiel wordt geweven kunnen van verschillend materiaal zijn, zoals: wol, zijde, katoen, polyester enz.

Voor het weven spant men een aantal draden parallel op. De constructie waarop dit gebeurt heet scheren. De opgespannen draden  worden een schering genoemd. Soms moeten deze scheringdraden (of kettingdraden) gelijmd (gesterkt) worden om meer veerkracht en weerstand te hebben tegen breuk tijdens het weven.

Vervolgens worden één voor één andere draden haaks hierop (of één draad steeds heen en weer), tussen de schering doorgeleid. Deze draden heten inslagdraden, en worden vaak strak tegen elkaar aangedrukt.

Het weefpatroon wordt gedefinieerd door het zogenaamde bindingsrapport, het kleinste steeds terugkerende patroon. Bij de effenbinding bestaat dit uit twee ketting- en twee inslagdraden.

Het weven kan plaatsvinden (en heeft plaatsgevonden in de loop der tijd) in allerlei gradaties van geavanceerdheid, met bijvoorbeeld een handweefgetouw of een mechanisch weefgetouw.

Bij een weefgetouw kunnen de draden van de schering (of ketting) per groep worden opgetild door schachten of kammen. Door in een bepaald patroon de kettingdraden op te tillen of te laten vallen, ontstaan welbepaalde ingeweven patronen (bindingen), die soms heel ingewikkeld kunnen zijn. Tot het midden van de twintigste eeuw werden de inslagdraden met behulp van een schietspoel in het weefsel geweven. Deze schietspoel is een schuitvormig blokje, waarin een spoel met draad tijdens het heen en weer bewegen wordt afgewikkeld.

Het eenvoudigste patroon wordt gevormd door de linnenbinding, platbinding, effen- of snelbinding. Er bestaat ook bijvoorbeeld een keperbinding (schuin lijntje, denk aan Hermès) of een satijnbinding. (zie ook pag. 3 grondstoffen, satijn is een binding. Het zegt iets over de manier waarop de stof geweven is).

Breien­ is een werkwijze om van doorlopend garen en met behulp van twee of meer naalden textiel te maken, meestal als basis voor kledingstukken en accessoires. Breien is samen met weven de belangrijkste techniek om textiel te vervaardigen.

Gebreide stof bestaat uit aaneengeschakelde lussen en is elastisch. Om kleding te breien wordt meestal wol of katoen gebruikt. Truien, sokken, sjaals en mutsen worden vaak gebreid, maar ook andere kledingstukken en accessoires kunnen gebreid worden. In de moderne textielindustrie worden allerlei kledingstukken met breimachines gebreid. Met de hand breien, een vorm van handwerken, wordt vooral beoefend als een creatieve hobby, terwijl het tot in de 20e eeuw een gebruikelijke manier was om kleding te maken.

NB: Een jersey (Engels), breisel (NL) en tricot (Frans) zijn drie benamingen voor hetzelfde.

Vitrine: ambachten

Weven, schietspoel, riet (aanslaan met het riet)

Rokspuit, voor het afspuiten van een rok

Zijde collectie doos, uitgave special edition Gütermann

Breien, breinaalden, zijden kous gebreid